TEKSTEN

Foto’s en tekeningen, van bergen en landschappen, 2016-2017

‘Verlangen naar Giotto’

Achter deze titel gaat een verlangen schuil naar de schoonheid van de kunst uit de vroege renaissance. Het is een uiting van bewondering voor de unieke wijze waarop kunstenaars in die tijd bergen en landschappen weergaven.

De soms onbeholpen volumes, achter de personages geschilderd, suggereerden diepte en waren het decorstuk waarop of waarvoor de handeling zich afspeelde.Door de schilderijen van Giotto di Bondone (ca 1266-1337) kijk ik steeds opnieuw naar alles wat berg of landschap is. Iedere tijd en iedere cultuur kent zijn eigen beeldtaal met de bijbehorende oplossingen voor kleur, vorm en perspectief. Die afbeeldingen nestelen zich in het geheugen en voeden het verlangen om daar nieuwe vormen aan toe te voegen.

 

 

Tekst bij tentoonstelling 'Objects of desire', groepstentoonstelling bij Mirta Demare, Rotterdam, 29 - 3 / 10 - 5 - 2015.

In de fotoserie - Rest - werden de reepjes stof door van de Vijsel bewaard en bij elkaar gelegd als snippers omhulsel; een afgepeld deel van haarzelf.

Nu is het afval materiaal geworden. Het is geen overschot meer met een verleden maar ‘klei’ om te kneden tot nieuwe vormen, zoals in de serie - Zwarte bergen - uit 2013. In de - Hart - foto’s, 2014, combineert zij eerder gemaakte tekeningen met de restsnippers: hervonden sporen die leiden naar een nieuwe beeld.

 

OMHULLEN, op zoek naar een draagbare en draaglijke vorm.

Tekst bij de tentoonstelling in de Ramfoundation, 26 - 1 / 7 - 3 - 2014 

Titel van het getoonde werk: Rest, deel van mijzelf.
Serie foto’s van een groeiende berg restafval en een korte video.

Het omhullen, verhullen, kleding als bekleding- een tweede huid- is al een aantal jaren het thema van het werk van Fiet van de Vijsel.
Het verknippen en herscheppen van kleding is noodzakelijk om een tweede huid te creëren, die comfortabel genoeg is en die voldoende bescherming biedt om het leven draaglijk te maken. Dit proces van destructie en re-creatie  levert een willekeurige berg restmaterialen op, door van de Vijsel bewaard en bij elkaar gelegd als snippers omhulsel: een afgepeld deel van haarzelf.

Dat wat weggegooid wordt, blijkt even belangrijk als het nieuw vorm te geven beeld. Er is een spanning tussen de bruikbare werkelijkheid en dat wat vormeloos restmateriaal lijkt.
Dit overschot vertegenwoordigt nog steeds een deel van de vervangen huid; het verwijst zowel naar waar het vandaan komt: het proces van omhullen/slopen/veranderen, als naar het nieuw geschapen beeld. Het legt onverhuld bloot, wat noodzakelijk was om af te knippen, te vervormen, weg te gooien, teneinde een draagbare vorm te creëren.   

 

Voorwoord bij boekje: ‘OMHULLEN’, bij ladenkastproject bij Galerie Phoebus Rotterdam, 2010

Als kalligrafisch vormgegeven tekens zijn de foto’s van Fiet zorgvuldig gerangschikt over grote vellen. Haar lichaam voegt zich in een beheerste dans die soms bijna een gevecht wordt; en in dat gevecht wordt de spanning zichtbaar tussen omhullen en blootgeven, tussen destructie en creatie, tussen vormeloosheid en perfectie. Het wapen is een schaar en de enige altijd kritische toeschouwer is de spiegel. 

Dorine Plantenga. 24 augustus 2010.

 

Openingstoespraak bij de tentoonstelling 82 SESSIES in de rode Eistoel. 16-4-2006

17 jaar geleden kocht Fiet van de Vijsel tweedehands de rode eistoel. Ooit in 1958 ontworpen voor de Scandinavische luchtvaartmaatschappij SAS in Kopenhagen. Ze liet hem opnieuw bekleden met rode wollen stof Tonus en ze was er blij mee. De stoel stond daar mooi te zijn en regelmatig ging iemand die op bezoek was er in zitten. Daar maakte Fiet weleens een foto van en die was nog mooier.

In september 2003 begon ze vrouwen die haar pad kruisten te fotograferen. Ze vroeg er 125, en er zijn er 82 gekomen. Fiet serveerde koffie en thee, presenteerde koekjes en praatte met de vrouw die in de rode eistoel zat. Je zou kunnen zeggen over ditjes en datjes. Maar iedereen weet dat als je lekker behaaglijk in die stoel zit, je misschien de gekste dingen vertelt, je hart uitstort, roddelt, zucht, niest, hoest of gaapt, terwijl Fiet schijnbaar achteloos met haar vinger op de ontspanknop zit. Soms deed ze drie vrouwen op een dag. Soms een per dag. Ik denk dat ze zelden een doordeweekse dag oversloeg. Dat ze altijd lief, bescheiden, een beetje undercoold was.

Stelt u zich praktisch voor, en ik heb het nu alleen over de feiten, dat je jarenlang toegewijd bent aan een onderwerp. Er gebeurde van alles in de vrouwenlevens. Een van de gefotografeerde vrouwen overleed. Verdriet, gelatenheid. We zien het niet op de foto’s. We kunnen er alleen over fantaseren. Fiet fotografeert zomers, winters, herfsten en lentes lang. Misschien zag ze zelfs de stof van de stoel een beetje verslijten van die 164 grote, kleine, voluptueuze, puntige, zachte, roze, gewillige, ronde billen die daar in haar rode eistoel zaten.

Dames en heren: ik heb geen verstand van fotograferen. Ik zeg nog altijd ‘fototoestel’ inplaats van camera. Laat staan een digitale camera. Ik houd wèl van fotografie. Bij het zien van al deze portretten zie ik ook literatuur. Levens die ronddraaien in al die vrouwenhoofden, in hun hart, achter die jasjes, bloesjes en truien, die op het moment dat Fiet met ze praat misschien wel gelukkig zijn. Ze zijn uitverkoren door Fiet, wie wil dat niet.

Voor ik het eerste exemplaar uitreik aan Hans Walgenbach vertel ik u een herinnering die als maar boven komt drijven: Als kind kreeg ik van mijn moeder een boekje wat al honderden keren was ingekeken door haar toen ze klein was.

Op het omslag stond een prachtig vogeltje met ingekleurde veren. Tot op de dag van vandaag begrijp ik de titel nog niet: die was ‘het beleedigde musje’: maar het musje was geen musje. Het was een bijzonder soort. Maar de tekst die in het boekje stond was het belangrijkste, zeker voor vandaag: op elke bladzijde stond: fiet, fiet, fiet, fiet fiet fiet fiet fiet fiet fiet........

Maria Heiden, schrijfster, boekhandelaar

 

Tekst in leporello:

82 SESSIES in de rode Eistoel

Het begin.

De (mijn) rode Eistoel vráagt om aandacht, zeker als er iemand in zit. Na een aarzelend begin is het fotograferen, in de rode Eistoel, van vrouwen uit mijn directe omgeving, uitgegroeid tot 82 sessies. De positieve reacties op mijn verzoek om te komen zitten, maakten mij (over)moedig. Ik kreeg verzamelkoorts.

Het resultaat van de verzameling heeft de vorm gekregen van een leporello, genoemd naar de knecht van Don Giovanni uit de opera van Mozart, omdat hierin het totale verzamelproces, in één beeld wordt weergegeven.

In de leporello komen drie aspecten samen: tijd, plaats en handeling, vrij naar de 3 eenheden uit het theater. Het is een persoonlijk verslag geworden van een periode, waarin de stoel als constante plaatsbepaling, de diversiteit van de vrouwen benadrukt. De handeling ontstond door een combinatie van factoren. Niet alleen de stoel bepaalde hoe men zat, ook de gesprekspartner, die ondertussen keek, luisterde en foto´s maakte, had invloed op hoe men zich uiteindelijk liet fotograferen. Deze geforceerde situatie, het tot elkaar veroordeeld zijn, heeft geleid tot interessante en roerende gesprekken, waaruit soms spontaan een statement voortkwam of een verzuchting.

FvdV